In oktober 2025 heeft het Europees Parlement het allereerste wet op bodembewaking en -weerbaarheid die tot doel heeft de bodemgezondheid in de EU te herstellen. Deze richtlijn is daarom een eerste concrete actie onder het EU-bodemstrategie voor 2030 waarin al in 2021 maatregelen zijn vastgelegd voor de bescherming, het herstel en het duurzame gebruik van bodems.
Om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen, de Bodembeleid van de EU is gericht op het verbeteren van de bodem door middel van:
- Maatregelen nemen ter bescherming en herstel van bodems, en zorgen voor duurzaam gebruik ervan
- Het ontwikkelen van de kennisbank en het ondersteunen van bodemonderzoek
- Bewustwording creëren over het cruciale belang van bodems.
Deze inspanningen sluiten aan bij de doelstellingen van de Europese Green Deal en de Nul Vervuiling ambitie. Gezonde bodems zijn cruciaal voor het behalen van de EU-doelstellingen voor klimaatneutraliteit en bijdragen aan het terugdringen van woestijnvorming en bodemaantasting en het behoud van biodiversiteit en de menselijke gezondheid.Bodemafbraak wordt verergerd door niet-duurzaam bodembeheer, vervuiling en overexploitatie, gecombineerd met de gevolgen van klimaatverandering en extreme weersomstandigheden.
De Wet Bodemmonitoring
De Wet Bodemmonitoring (SML), ook bekend als Richtlijn (EU) 2025/2360 op bodemonitoring en veerkracht, van kracht sinds december 2025. Het vast te stellen een EU-breed bewakingssysteem voor de gezondheid van de bodem, waardoor de beschikbaarheid en vergelijkbaarheid van belangrijke bodemgezondheidsgegevens wordt vergroot. Het doel is om de effecten van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies te beperken, voedselzekerheid te bevorderen en de bodem voor te bereiden op natuurrampen.
Via SML wil de Europese Commissie zorg voor gelijke speelruimte en een hoog niveau van milieu- en gezondheidsbescherming. Het heeft tot doel belangrijke bodembedreigingen aanpakken in de EU:
- Erosie
- Verlies van bodemorganisch materiaal, verzilting, verontreiniging, verdichting en verdichting
- Verlies van biodiversiteit in de bodem
Lidstaten zullen bijvoorbeeld monitoringsystemen opzetten om beoordelen fysieke, chemische en biologische status van alle grondsoorten op hun grondgebied, gebaseerd op een gemeenschappelijke EU-methodologie. Het MS rapporteert regelmatig aan de Commissie en het Europees Milieuagentschap (EMA) over de stand van zaken op het gebied van bodemgezondheid, landgebruik en verontreinigde bodem, zodat er vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn in de EU en gecoördineerde maatregelen kunnen worden genomen om bodemafbraak aan te pakken.
De verzamelde gegevens zullen landgoedeigenaren in staat stellen de meest geschikte behandelingsmethoden toe te passen en zal hen helpen om de vruchtbaarheid van de bodem en de opbrengsten te behouden en te verhogen, terwijl het verbruik van water en voedingsstoffen tot een minimum wordt beperkt.
Een indicatieve watchlist van opkomende stoffen die een aanzienlijk risico kunnen vormen voor de bodemgezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu, en waarvoor gegevens nodig zijn, worden 18 maanden na de inwerkingtreding van de wet (mei 2027) opgesteld. De lijst bevat stoffen zoals perfluoralkyl- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), pesticiden of microplastics.
Welke maatregelen voor landeigenaren en landbeheerders?
Om landbouwers en bosbouwers te beschermen, legt de richtlijn geen elke nieuwe verplichtingen voor landeigenaren of landbeheerders.
In plaats daarvan stelt de SML ondersteunende maatregelen vast die kunnen bestaan uit onafhankelijk advies, trainingsactiviteiten, en capaciteitsopbouw, evenals de bevordering van onderzoek en innovatie, en maatregelen om bewustzijn creëren voor de voordelen van duurzame praktijken, en van bodemveerkracht. MS zal de beschikbare financieringsmogelijkheden voor landeigenaren en -beheerders. De lidstaten zullen ook regelmatig de financiële kosten voor land- en bosbouwers moeten beoordelen van het verbeteren van de gezondheid en veerkracht van de bodem.
Bovendien vallen de monitoringactiviteiten volledig onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten en hun overheidsinstanties.
De Wet Bodemmonitoring vereist geen enkele monitoring van eigenaren en beheerders zelf en vereist daarom ook niet dat zij een deel van de kosten dragen. Dit wordt ook expliciet verduidelijkt in een nieuwe Overweging (36) dat stelt dat bodemgezondheidsonderzoek in het kader van deze Richtlijn geen financiële last mag opleggen aan landeigenaren en grondbeheerders.
SML bevat specifieke bepalingen die voorkomen dat bodemgezondheidsgegevens worden verzameld in overeenstemming met Artikel 6 te herleiden tot specifieke landpercelen. Artikel 6 stelt duidelijk dat het bodemgezondheidsgegevensportaal alleen toegang zal verlenen tot gegevens verzameld op bodemkundig eenheidsniveau (en alleen een gedetailleerder niveau indien de lidstaten dat wensen).
De Wet Bodemmonitoring niet bepalingen die de bouw van infrastructuur en woningen, of de vergunningverlening voor mijnbouw- of projecten voor hernieuwbare energie, rechtstreeks verbieden. Bovendien hebben onderhandelaars een Overweging (42) waarin duidelijk wordt gesteld dat de bepalingen inzake ruimtebeslag in deze richtlijn “geen nieuwe vergunningsprocedures in te voeren en de vergunningverlening voor activiteiten, ook projecten van dwingend openbaar belang, niet te belemmeren”.
SML’s Toepassing op het niveau van de lidstaten
De Commissie heeft de lidstaten 3 jaar de tijd gegeven om aan de wet te voldoen. Ze moeten de bepalingen van de richtlijn uiterlijk op 16 december 2028 omzetten in nationale wetgeving. Het eerste verslag van de lidstaten aan de Commissie over de tenuitvoerlegging en beoordeling van de bodemgezondheid moet uiterlijk op 16 december 2031 worden ingediend.
Verder zal de Richtlijn lidstaten verplichten om binnen 10 jaar na inwerkingtreding een openbaar register van potentieel verontreinigde locaties op te stellen en onaanvaardbare risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu aan te pakken.
Tot slot is het belangrijk te beseffen dat vanwege het wettelijke karakter van de Wet (Richtlijn) de gedetailleerde en specifieke implementatiemaatregelen kunnen variëren afhankelijk van de omzetting in de verschillende lidstaten en rekening houdend met hun nationale specificiteiten.
